« Het menselijke leven kent tenslotte kanten die alleen met poëtische middelen adequaat uitgebeeld kunnen worden » -Tarkovski – de verzegelde tijd.
In de films van Andrei Tarkovski bestaan sequenties, poëtische parentheses, die niet direkt een verbinding hebben met de verhaallijn, maar onafhankelijke illustratie’s zijn binnen het weefsel van de vertelling. Herinneringen of droomfragmenten uit de kindertijd van de regisseur, die hij in zijn films heeft verwerkt als ondersteunend onderdeel van het narratieve geheel. Droombeelden. Beelden die de chronologische, lineaire gang van zaken onderbreken, blikken van de toeschouwer afleiden, omleidingen aanleggen in gedachten en associatie’s om vervolgens dezelfde toeschouwer met zachte hand te leiden naar de plek waar het verhaal verder gesponnen wordt. Een visuele ademruimte.
Deze beelden zijn nooit helemaal statisch, altijd is er een kleine beweging, iets trilt of siddert heel licht op een bries, waterdruppels vallen traag, er trekken rimpels door een plas water. De tijd vertraagt zijn pas, stolt, komt zuchtend tot stilstand. Het is precies daar, in de beleving van de tijd, vermoedelijk Tarkovski’s grootste obsessie, dat deze ingelaste elementen hun werk doen, Tarkovski neemt ons als kijker mee op een reis naar een kinderlijke ervaring van tijd, toen de notie van tijd nog niet bestond en het tegelijkertijd het enige was waarover we in overvloed beschikten. Er vindt een intensivering, een verdieping van de ervaring plaats, de chronologische horizontaliteit breekt open en toont een andere, poëtischer waarheid over ons leven dan de lineaire « business as usual ».
Een van de mooiste plekken in Parijs is geen plek, maar een beweging. Een beweging langs een plek, een bocht in het traject van metrolijn 2 waarvoor de trein, komend vanaf Nation na het station Colonel Fabien uit zijn schulp kruipt en het daglicht binnenrijdt en zicht biedt op het leven bovengronds. Ik kijk keer op keer uit naar dit moment tijdens de voor het overige wat saaie, meestal plichtmatige, ondergrondse reis ; als sardientjes in blik worden honderden mensen ogenschijnlijk in kaarsrechte lijn door duistere tunnels van A naar B getransporteerd. Iedereen trekt zich terug in zijn eigen wereld of bakent luidruchtig telefonerend, manspreadend of met grote tassen zijn territorium af om dit moment van gedwongen intimiteit met de medemens zo goed mogelijk door te komen. Contact wordt gemeden, de ander ontkent; het leven zoals we het kennen, lijkt niet meer te bestaan.
Maar dan klimt de metro na Colonel Fabien omhoog naar het licht. Een aantal meter boven straatniveau spuwt hij reizigers uit op station Jaurès, slokt nieuwe passagiers op en zet zich dan voorzichtig weer in beweging. Opeens is er weer een besef van plaats, van tijd, ruimtelijkheid en een groter verband, we maken weer deel uit van de wereld. Links het kanaal van Saint Martin, met zijn hoge bruggen en bomen rond de sluis, aan de rechterkant la Rotonde Ledoux, een oud tolhuis aan het begin van het bassin de la Villette en in de verte het gelijknamige park met Cité de la musique en de nieuwe Philharmonie. Beneden op straatniveau het verkeer op het hektische kruispunt van de boulevard de la Villette en de Rue Lafayette. De medereizigers die zojuist nog rumoerig en bleek in het neonlicht, met hun hete adem net iets te dichtbij stonden, worden lotgenoten die in het daglicht hun menselijkheid herwinnen. Met verminderde vaart volgt de trein als een kronkelende slang de lichte curves in het spoor om vervolgens naar links af te buigen en koers te zetten richting station Stalingrad. Een schijnbaar gewichtloze metrotrein tekent als een rollercoaster in een onderwaterwereld een lus. In deze bocht kantelt en schuift het stedelijk landschap, het perspectief wordt anders, je krijgt zicht op de wijken rond La Chapelle, Barbès en het Gare du Nord. Pigalle lonkt van ver en hoog boven de woonkazernes van het 18e arrondissement troont de Sacré Coeur op de top van Montmartre. Geluksvogels die een zitplaats hebben gevonden kijken dromerig naar buiten of zijn verdiept in hun boek of smartphone, staande reizigers moeten min of meer de zeilen bijzetten om het evenwicht te bewaren, men grijpt naar handvatten en stalen buizen die hiervoor zijn aangebracht. Een stille choreografie van honderden personen in hetzelfde schuitje, terwijl achter de ramen van de trein de poëzie van het dagelijkse leven in de grote stad zich toont en als in filmische beelden traag voorbijtrekt. De tijd houdt zijn pas in, alles wordt een fractie trager. De zon verbleekt het neonlicht.
God maakt een polaroid.
Even is de wereld groter en wijdser dan de door aard duistere catacomben voortsuizende koker van glas en aluminium. De blik is even afgeleid, het bewustzijn heeft het moment geregistreerd en ingekleurd als een droombeeld, gedachten zijn een zijpad ingeslagen en verwijlen nog wat terwijl de trein snelheid maakt en afstevent op de stations Stalingrad, La Chapelle en Barbès Rochechouart, om aan de voet van Montmartre weer de grond in te duiken. Alles herneemt zijn loop, maar alles is anders.
Er zijn binnen het Parijse metrostelsel meerdere bovengrondse metrostations, op lijn 2 en lijn 6. Deze beide lijnen vormen op de plattegrond respectievelijk een concave en convexe boog, lijn 2 in het noorden en lijn 6 in het zuiden van de stad. De cirkel sluit zich op de verbindingspunten onder de Arc de Triomphe op station Charles de Gaulle Etoile in het westen en op Nation in het oosten van de stad. Op zijn weg van oost naar west steekt op lijn 6 de trein twee keer de Seine over. Deze twee bovengrondse passages zijn spectaculair. Nadat de trein station Bercy heeft verlaten , kun je op de brug over de Seine rechts ver weg het Ile de la Cité en de Notre Dame ontwaren, links de vier torens van de Bibliothèque Nationale en verder ontvouwt zich de zuidoostkant van de stad en de banlieue. Eenmaal aangekomen in het westen van de stad heb je een fenomenaal zicht op de Eiffeltoren wanneer je tussen de stations Bir-Hakeim en Passy via de prachtige Bir-Hakeimbrug de Seine oversteekt. Met haar voeten bijna in het water van de Seine en op sombere dagen met haar hoofd in de wolken, staat la Dame de Fer daar, jour et nuit, in vol ornaat haar stad te overzien.

een droombeeld uit “Andrei Rublev” van Andrei Tarkovski

de Bir-Hakeimbrug

Het voedde mijn gedachten en dromen van vertrek, van nieuwe horizonten, van Parijs.